In gesprek met Riemer Rijpkema over de toekomst van evenementen

Hoe geraken we als evenementensector uit deze crisis en hoe ziet de toekomst van ons vak eruit? Kevin gaat in gesprek met Riemer Rijpkema, directeur van branchevereniging CLC-Vecta.


Bekijk ook: Hoe werkt het Covid Event Risk Model?

06-07-2020 -  by Kevin Van der Straeten

Reageer op deze tv aflevering

Heb je al een account op eventplanner.be? Meld je aan
Heb je nog geen account? Schrijf je comment hieronder:

Transcript

Dag Riemer, welkom in de studio. Hoe ervaren jullie deze, toch wel zeer opmerkelijke, periode? Als vakvereniging.


Ja, het is gewoon heel onwerkelijk, hé. Het is onwerkelijk als je...

Gisteren zag ik een interview met de CEO van de RAI en dan, ja, zie je hem in lege hallen staan. En ja, dat is natuurlijk gewoon heel onwerkelijk. Maar ja, het is...

Als je je dan realiseert dat daar een hele keten aan vastzit, hé.

Of het begint bij een initiatief van een accommodatie. Of bij een organisator en dat is dan in een accommodatie.

En dan zijn er zoveel bedrijven, spelers in de markt, die allemaal een rol spelen. Voor we die beurs of dat evenement of congres, uiteindelijk, naar die opdrachtgever of die eindklant brengen of die bezoeker. Ja en alles ligt stil. En dat is bijna niet te bevatten. En aan de andere kant is het natuurlijk ook zo, dat je moet oppassen dat je...

Ja, je gaat het niet normaal vinden, maar ja, we zijn natuurlijk al een aantal maanden hiermee onderweg. Er is nog steeds weinig perspectief en dat maakt het natuurlijk heel moeilijk. Dat er ook geen routekaart is waarop je kunt afmeten van: wanneer je wat kunt verwachten. Of waarop men zich eventueel baseert om nog verdere verruiming toe te staan. Wat het voor ondernemers natuurlijk gewoon heel moeilijk maakt. En professionals in het vak. Om planning te maken. En dat zet natuurlijk ook de competitiviteit van bedrijven onder druk.


Ja, vorige week kwam er dan toch enigszins positief nieuws. Dat we terug mogen gaan opstarten. Hoe kijken jullie daar naartoe?


Wel, we hadden gehoopt, in de lobby hadden we ook ingezet op honderd mensen per compartiment, per zaal. Het was zo dat, in eerste instantie tot morgen gold, dat je dertig mensen per gebouw binnen mag laten. Nou, goed, als je dan kijkt naar de grote gebouwen. Je zou ook naar het Paleis in Brussel kunnen kijken. Dat is natuurlijk heel apart. Dat daar maar dertig mensen in zouden mogen vertoeven. Of bijeenkomen. De gedachte was dat men dat nu per honderd per zaal zou gaan doen. Maar die aantallen zijn nu losgelaten. Dus dat betekent dat men niet meer naar aantallen kijkt. Maar echt heel specifiek of je aantoonbaar een afstand van anderhalve meter kunt bewaren. En dus, daar zijn ook de protocollen nu op ingericht. Die waren er natuurlijk al op ingericht maar dat geeft meer ruimte. Dus dat betekent dat we toch weer aan de slag kunnen. Maar daar gebiedt natuurlijk de eerlijkheid te zeggen dat dat voor een deel zal zijn. Omdat dat natuurlijk zeker nog lang niet gaat leiden tot modellen die het weer echt interessant maken om te gaan organiseren.


Ja, want je moet natuurlijk...

Een evenement is ook een investering. Je moet dat er ook wel terug kunnen uithalen. En met de beperkingen die er momenteel zijn, wordt het wel moeilijker.


Ja, dat is zeker zo. Wat ook een rol speelt, is de emotie aan de kant van de deelnemer en de bezoeker. Ik gebruik maar het voorbeeld van: als je kunt kiezen om mee te vliegen naar New York en je vraagt dat aan tien mensen, dan gaan er acht mensen vooral zeggen dat ze niet gaan. En dat is natuurlijk ook wel een beetje aan de hand met beurzen of congressen. Dat men gewoon echt nadenkt of men wel gaat deelnemen of ernaartoe gaat. En dat maakt het ook best wel complex. Dus dat betekent dat je nu wel, in beperkte mate, kan organiseren. Lang geen interessant business model. Of een rendabel business model, is misschien beter gezegd. Waarbij je nog de uitdaging hebt van hoe dan de deelnemer, alsook de bezoeker ertegen aan kijkt. Want dat bepaalt ook voor een belangrijk deel hoe rendabel het ook is en wat je überhaupt aan opbrengst kunt ontvangen. En ja, dat bij elkaar maakt het wel heel erg onzeker.


Voor de komende periode: het zal afwachten zijn en nog zien hoe het allemaal loopt met het aantal besmettingen enzoverder. Van hoe het verder gaat evolueren. Komt er een tweede wave, komt die er niet?

Nu, als we die korte termijn even achterwege laten. Hoe kijkt iemand met jouw ervaring naar de toekomst? Wordt het weer allemaal zoals vroeger? Ooit?


Ja kijk, dat is natuurlijk...

We zijn natuurlijk...

Vanuit ons vak moeten we leren in allerlei mogelijkheden en scenario's te denken. Alleen: dit is wel een heel bijzondere situatie, waarbij het zich heel moeilijk laat voorspellen. Waarbij het eigenlijk zo is dat veel van de scenario's waarvan je...

Het is moeilijk te duiden welk scenario het meest realistisch gaat zijn.

Wat wel zo zal zijn, denk ik, is dat dat wat honderd was, misschien wordt het, als het weer beter wordt, vijfenzestig of zeventig van die honderd. En dat wordt dan het nieuwe honderd. En dan zal je toch, met virtuele of met digitale toepassingen, je evenement moeten versterken. Aan de andere kant biedt dat ook wel weer kansen. Dus het zal veel meer hybride worden, denk ik.

Het biedt ook wel meer kansen, omdat je dan ook meer kans krijgt om, zeg maar, aantoonbaar relevantie te bieden. Omdat die virtuele en digitale toepassingen, ook veel meer aantoonbaar prijslast bieden. Dus ja, je moet het ook vanuit de positieve kant zien, hé. Het is nu zoals het is. Het gaat veranderen. Mensen gaan er anders tegenaan kijken. Men zal anders tegen deelnames aan gaan kijken. Men zal anders tegen reizen gaan aan kijken. Zeker met betrekking tot evenementen waar veel internationale bezoekers komen. Daar hebben we mee te maken. En het is aan ons, natuurlijk, om te zorgen dat we creatief zijn en innovatief. Om te zorgen dat we toch terug komen tot een acceptabel normaal. En mogelijk eroverheen groeien door toevoegen van andere technieken en technologieën.


Maar dan denk je, bijvoorbeeld, ik noem maar iets, aan een internationaal evenement met in elk land hubs. Die, bijvoorbeeld, met elkaar verbonden worden. Dat soort toepassingen.


Ja, dat kan zeker. En ik denk ook dat je, zeg maar, ook veel meer moet nadenken over het bouwen van communities. Nu. Op dit moment, hé. Echt communities die, met name, zeg maar...

Kijk, wij servicen nu heel veel vanuit live en dat is ook heel goed. Zoals altijd heel voorzichtig. Van: wat gaan we virtueel doen of digitaal. Maar dat komt nu versneld op ons af. Dat hebben ze de afgelopen maanden natuurlijk ook zelf geleerd, om daarmee om te gaan. Maar ik denk dat we een community moeten laten bouwen, echt door de mensen zelf. Want de relevantie wordt natuurlijk door onze bezoeker en deelnemer gemaakt. Maar wij moeten, denk ik, veel meer faciliteren om die communities te bouwen. En dan zien we zelf wel, hoe de behoefte is aan live. Hoe dan de community in zijn algemeenheid, zich gaat ontwikkelen.

 

In België hebben wij het Event Risk Model. Dat is een soort matrix, op basis waarvan ingeschat wordt of een evenement al dan niet kan doorgaan. Hoe zien jullie die opstart van evenementen?


Nou, het is zo dat...

Ik denk dat jij doelt op die Fieldlabs?


Ja.


Ja, ja.

Kijk, het model waarop je in België duidt, dat zijn bij ons eigenlijk de protocollen. Maar die protocollen, die hebben geen juridische status. Dus dat is een richtlijn, die je hebt ontwikkeld en waaraan je je houdt. Om te zorgen dat je zoveel mogelijk de gezondheidsrichtlijnen in acht neemt. Als er dan een controle komt van de lokale overheid of van veiligheidsregio's...

We hebben in Nederland vijfentwintig gebieden met een veiligheidsregio. Die kunnen dan afmeten aan jouw protocol of jij, zeg maar, aan die voorwaarden voldoet. Maar het heeft geen juridische status.

Die Fieldlabs die jij bedoelt. Dat is eigenlijk uit ons overleg met de vier ministeries gekomen. Dat men vindt dat we daarin moeten onderzoeken wat er mogelijk is, ook aan technologie of aan toepassingen of aan regelgeving, richtlijnen, om, zeg maar, inzicht te geven en uiteindelijk bewijslast, om te zorgen dat we versneld verder open kunnen.

En eigenlijk is het zo dat dat zich richt op die anderhalve meter. Kunnen wij aantonen dat we anders naar die anderhalve meter kunnen kijken? Om daarmee versneld open te gaan.

En gisteren zat ik in een discussie met Maurice de Hond, jou waarschijnlijk welbekend.


Ja.


En Bert Brouwer, dat is een wiskundige bioloog. En die gaven ook aan van: de discussie die er nu is over ventilatie in indoor locaties. Van: is het aantoonbaar dat die besmetting veroorzaken of niet? En wat zou je dan, bijvoorbeeld, kunnen doen? Ook in zo'n Fieldlab zou je kunnen testen of dat aantoonbaar is. En of je dan überhaupt, als je die ventilatoren zou gaan controleren en die zou, eventueel, gaan certificeren, of je dan kunt zeggen van: nou goed, ik heb nu een ruimte waarin ventilatie op een goed niveau is. Ik geef die ruimte helemaal vrij, Er hoeft geen enkele anderhalve meter meer voor in acht genomen te worden. Omdat ik zorg dat ik een deugdelijke ventilatie heb.

Als dat zo zou zijn...

Bijvoorbeeld als een onderzoek...

Als dat zo zou zijn, dan kan je ook concreter aan de overheid om geld vragen. Omdat het geld dat we nu vragen, is natuurlijk vooral om de vaste lasten van bedrijven te ondersteunen. Om te kunnen overleven. Maar dan is het ook heel rechtstreeks, concreet, naar iets wat weer, zeg maar, een stap is naar: weer normaal in je business model te kunnen komen.

 

Vandaag...

Hoe kijk jij daarnaartoe? Vandaag worden heel veel van die inspanningen, jullie zijn in Nederland heel erg mooi werk aan het leveren, de Belgische vakverenigingen voor België, maar uiteindelijk zijn we wel Europa. En alles gebeurt heel nationaal. Is dat niet jammer?


Ja, ik zal je zeggen dat dat natuurlijk eigenlijk heel opmerkelijk is. Maar het geeft natuurlijk ook gewoon weer eens aan hoe...

Wij zijn allemaal voor een verenigd Europa, maar hoe moeilijk het toch is om iedereen zo te laten acteren. Ik bedoel: we hebben het dan wel over reizen, om het samen te doen. Maar dan niet...

Dit doen we dan niet.

Dan zie je dat het in Duitsland anders is. In België is het anders. Frankrijk heeft zo zijn eigen aanpak. En ja, dat is heel opmerkelijk.

En wat wij natuurlijk doen om de overheid te beïnvloeden, is natuurlijk alles wat jullie doen. Want jullie hadden natuurlijk een fantastische routekaart gemaakt. Een geweldig voorbeeld om te kunnen gebruiken. Nou, dat zouden wij ook heel graag willen. Maar ja, de overheid wil er niet in meegaan. Maar ja, wij vinden het natuurlijk een prachtig model. Dat ook voor ondernemers perspectieven biedt. Als je die route zou volgen.

Nou, zo zijn er ook voorbeelden uit Duitsland. Die wij ook neerleggen bij de overheid. Maar ja, je ziet ze nog niet echt, op dat gebied, acteren.

Er is een bedrijf in Aardenburg, dat ook heel veel zaken doet in België: LEF marketing. Die hebben een overzicht gemaakt, worldwide, van wat er feitelijk allemaal aan maatregelen en hoe de maatregelen, zeg maar, zich ontwikkelen. In de diverse landen. En daar zie je ook een heel grote diversiteit. Dat iedereen het eigenlijk op zijn eigen manier doet. Dat is natuurlijk best opvallend.


Ja, absoluut.

En daar zijn misschien ook lessen voor de toekomst uit te trekken. Dat we misschien toch moeten zorgen om meer overleg en meer samenwerking daarin te kunnen krijgen.


Ja, nou, ik moet zeggen dat: vanmorgen heb ik op iemand gereageerd op LinkedIn. En die had het over COVID-20, eigenlijk.

Van: goed, stel dat we een nieuwe golf tegemoet kunnen zien. Of mogelijkerwijs een ander virus.

En daar heb ik eigenlijk op gereageerd: kijk, eigenlijk zouden we moeten zorgen dat de overheid veel dichter op de bedrijven zit. En de bedrijven eigenlijk veel dichter op de overheid. En nu hebben we allerlei gremia ertussen zitten. En op één of andere manier slagen we er onvoldoende in, om elkaar goed te begrijpen. Of met elkaar op te trekken. Hoe je dit dan moet aanpakken?

Dus, eigenlijk zou ik er gewoon voor pleiten om nu ook deze tijd te benutten, van hoe je, met elkaar, dat slimmer kunt doen. Want als zich weer zoiets aandient, dat je dan gewoon dichter op elkaar zit. Om ook sneller te kunnen schakelen.


Absoluut, absoluut.

Je raakte het net al aan, hé. Heel veel bedrijven hebben het vandaag moeilijk. Er zijn steunmaatregelen. Maar wellicht te weinig, nog altijd.

Hoe zie jij dat onder jullie leden? Wat is de overlevingskans van het gros van de sector?


Ja, dat is natuurlijk...

Die vraag, die krijg je ook als de media je...

Dat is bij jou precies hetzelfde, natuurlijk.

 

Ja, natuurlijk.


Die willen dat natuurlijk graag weten. Het laat zich moeilijk vertellen.

Je hebt eigenlijk te maken met bedrijven die, zeg maar, het gewoon financieel, in de druk van de lasten, niet meer redden, op een gegeven moment. De vraag is van: hoe lang en hoeveel energie heeft die ondernemer nog om dat vol te houden? Als hij weinig perspectief ziet. En je hebt bedrijven  waarbij ondernemers gevraagd wordt om iedere maand eigen geld terug in het bedrijf te stoppen. Om te zorgen dat het kan doordraaien. En dat heeft ook met perspectief te maken.

Maar, zoals het er nu voor staat in Nederland hebben wij in september Prinsjesdag. Het tweede noodpakket loopt tot eind oktober. Dan zou er in september aangekondigd moeten worden hoe het derde noodpakket eruitziet. De signalen die er nu zijn is dat een soort stimuleringspakket. Of een ondersteunings-...

Of tenminste, ja, een stimuleringspakket is het eigenlijk. En dat het minder ondersteuning in zich zal dragen als nu.

Ja, de verwachting is wel dat 30% van de branche het niet zal overleven. Dat is wel een beetje het beeld dat er nu is. Zowel in de bezetting van de werkplekken, alsook in de bedrijven. Dat is wel het beeld. Je ziet nu ook al dat er, zeg maar, toch al tientallen bedrijven omvallen. Of dat nou eenmanszaakjes zijn of bedrijfjes met een paar werknemers. Maar ook grote bedrijven.

Als ik kijk naar, bijvoorbeeld, een hotelgroep als de Postiliongroep, die valt niet om maar die zijn wel aan het reorganiseren. En dat betekent toch dat honderdvijftien mensen een andere baan moeten zoeken. Nou, dat zijn natuurlijk echt wel flinke getallen in onze branche.

We hebben natuurlijk een aantal bedrijven in Nederland, maar dat is in België waarschijnlijk ook zo, met honderden werknemers. Ja, als jij natuurlijk vanaf 1 maart geen werk meer hebt, geen enkele omzet, ja, dan is...

Op een gegeven moment houdt het op.


Ja, maar zo is het ook, zo is het ook. Heb jij de indruk dat daar, vanuit de overheid, oor voor is?


Ja, het probleem is een beetje dat...

Daar is zeker oor voor. Alleen, ja, de omvang van de crisis is zo ontzettend groot dat...

Ja, je zou niet zeggen van: je weet niet waar je moet beginnen. Maar je weet vooral ook niet, denk ik, waar je eindigt. In de ondersteuning.

En dan heb je ook nog de discussie van, ja, moet je dan alle bedrijven ondersteunen? Of zou je dan, inderdaad, een soort selectie moeten maken. Hoe hard het ook is. In bedrijven die, uiteindelijk, sterker zijn of levensvatbaarder. Nou, zo heb je dus allerlei discussies. Kijk, men heeft gekozen in Nederland voor maatregelen op een hoog niveau. Die goed controleerbaar zijn, waardoor bedrijven breed kunnen profiteren, daarvan. Waarbij het effectieve percentage van de maatregel, toch wat lager lag in uitkering, maar goed. Ik denk dat men heel voorzichtig te werk zal gaan in specifieke ondersteuning. Wij hopen dat we als branche, daarvoor in aanmerking komen. Daar strijden we voor. Maar men is niet echt ruimhartig in het verstrekken van specifieke ondersteuning. Dus het zal echt een beetje op dit niveau blijven. Dus dat betekent gewoon dat je er niet aan ontkomt. Dat er in allerlei sectoren bedrijven gaan omvallen.

 

Ja, langs de andere kant, om misschien met een iets positievere noot te eindigen: ik hoorde in het begin van jouw verhaal ook vooral hoop en toch enige positiviteit naar de toekomst toe.

We zijn een creatieve sector. Laten we die creativiteit dan ook gebruiken om hier doorheen te geraken.


Ja, ik denk dat het vooral nu aan ons is, om te laten zien dat we creatief zijn en innovatief.

En dan moeten we vooral met elkaar gaan praten. Maar dat betekent ook, denk ik, dat je moet durven om - en dat is best wel een uitdaging - anders in die keten te staan, anders te denken.

Nu zijn we natuurlijk toch een aaneenschakeling van allerlei soorten business modelletjes. Waarbij iedereen zijn eigen business modelletje heeft en die stapelen elkaar op. En dan krijgt de eindklant of de opdrachtgever zijn product geleverd.

Maar misschien moeten we er eens anders naar gaan kijken. Omdat de situatie anders is. En misschien moeten we dat veel meer met elkaar gaan doen. Veel coöperatiever ernaar gaan kijken. En veel meer, daardoor, ook elkaars talenten benutten. Waardoor je tot betere proposities kunt komen. En dus ook veel meer met elkaar optrekken. Veel meer overleg. Opener zijn in verdienmodellen. Iedereen weet dat iedereen wat moet verdienen. Maar, ja, het is een andere situatie. Die vraagt, als we willen overleven, om op een andere manier ernaar te kijken.

En dat moet wel, omdat ik ook denk, dat we straks heel veel aanbod hebben maar de vraag kleiner zal zijn. Dus je moet wel met elkaar, in allerlei soorten verbanden, gaan werken, om ook, zeg maar, tot interessante proposities te komen. Nou en dan zijn er allerlei technologische toepassingen die je ook verder kunnen helpen. Maar ik denk ook dat, in de organisatie van de bedrijven, ook door samen te werken, dat je daar slimmer mee om kunt gaan. En dat het ook kansen biedt voor mensen, die mogelijkerwijs al niet meekunnen in dat traject. Maar die je dan wel kunt helpen, mogelijk, op andere plaatsen wel verder te kunnen. Maar dan moet je bereid zijn om met elkaar, op een andere manier ernaar te kijken.


Absoluut. Riemer, dank je wel voor je tijd. En voor dit open gesprek.


Graag gedaan.


En u, beste kijker, bedankt voor het kijken en alweer tot volgende week.

Nieuwsbrief

Advertenties