Waarom de Belgische eventsector wereldtop is - en toch moet oppassen niet te struikelen

Christine Merckx van Event Confederation blikt terug op twee bewogen jaren in de Belgische eventsector. Ze spreekt openhartig over economische uitdagingen, het belang van veiligheid én waarom we als land best wat minder bescheiden mogen zijn. Een gesprek over trots, transformatie en toekomst.

Reageer op deze tv aflevering

Heb je al een account op eventplanner.be? Meld je aan
Heb je nog geen account? Schrijf je comment hieronder:

Ook beschikbaar als podcast:

Ook via podcast:

Listen on Google PodcastsListen on Apple PodcastsListen on Shopify

Transcript

Dag Christine, welkom in de studio.


Dank je wel.


Het begint een beetje een jaarlijkse traditie te worden dat we jou mogen uitnodigen. Ik denk dat jij nu ongeveer kleine twee jaar in jouw rol als Confederation Manager zit. Hoe gaat dat voor jou?


Ja, heel fijn. Het is ook heel dankbaar. Het is een fantastische sector en hoe langer ik deze job doe, hoe meer ik trots ben op wat onze Belgische eventsector allemaal presteert en doet. Er zijn ook heel mooie dingen. Daar komen we straks ongetwijfeld nog op terug. Maar voor we naar daar gaan…


Een paar maanden geleden hadden jullie een persbericht dat het toch… hoe moet ik dat nu zeggen? Wat uitdagendere tijden zijn voor de sector. Het economische klimaat helpt daar niet bij. Hoe evolueert dat?


Elk kwartaal bevragen wij onze eventsector: alle professionals, zowel organisatoren als toeleveranciers, en anderzijds het publiek. We doen een bevraging bij een representatieve steekproef van duizend Belgen. Uit die data merken we – zowel in januari als april – dat er toch wel wat aarzeling bestaat in de sector, dat het inderdaad spannende tijden zijn. Dat staat in schril contrast met 2024, waarbij de cijfers… We meten altijd dezelfde vier kernindicatoren: omzet, winst, samenwerking met vast personeel en samenwerking met freelancers. En we zien dat het economische klimaat en de geopolitieke situatie in binnen- en buitenland wel een impact hebben op de cijfers van onze eventprofessionals.


74% van de eventprofessionals verwacht dat het economische klimaat het komende jaar zal verslechteren. Ongeveer 77% van de Belgen, de bezoekers van evenementen, verwachten ook diezelfde evolutie. Dat heeft natuurlijk een impact op hun gedrag, en dat maakt het spannende tijden.


Maar is dat niet het grootste probleem? Als we allemaal denken dat het moeilijk gaat gaan, dan gaat het ook moeilijk gaan.


Als we dat zouden kunnen loslaten en blijven investeren in een medium dat voor bedrijven ontzettend belangrijk is – en niet alleen voor bedrijven, ook voor het grote publiek – dan zou dat helpen. Evenementen hebben de kracht tot verbinding, ervaring, beleving. Ze brengen mensen samen. In een steeds individualistischer wordende maatschappij zorgt dat voor sociale cohesie. Dat is een superbelangrijk iets, een dienst of product, noem maar op. En dat wordt ook steeds meer erkend.


Maar economie is een fascinerend gegeven: ze wordt gedreven door gedrag en psychologie. Als je denkt dat het slecht gaat, ga je je gedrag aanpassen, ga je besparen. Dat is nefast voor de economie. Wat er gebeurt aan de klantenzijde, bij de grote bedrijven: waar wordt er eerst op bespaard? Marketing, communicatie en dus ook evenementen. En dat is net wat je niet moet doen. Wanneer je verwacht dat het slecht gaat, moet je risico’s durven nemen, durven investeren, zelfs internationaliseren. Je moet durven over die hokjes en landsgrenzen heen kijken.


Ons land staat internationaal bekend voor evenementen, niet alleen voor Brusselse wafels en Manneken Pis. Onlangs nog stond België op nummer 1 in DJ Magazine op de wereldwijde ranglijst van evenementen. Daar mogen we trots op zijn.


Absoluut, maar ik vind dat ook heel frappant. Wat ik ook de afgelopen jaren heb gemerkt, is: we zijn echt te bescheiden.


Dat is eigenlijk ook één van onze culturele waarden als Belg. We zouden meer moeten uitpakken met wat onze Belgische eventorganisatoren en toeleveranciers allemaal presteren in het buitenland. Wij zijn wereldtop. Wij zijn internationaal gerenommeerd. Niet alleen voor muziekfestivals, maar ook voor sportevenementen, technische expertise, innovatie, stagedesign. Dat is allemaal Belgisch. En daar moeten we meer mee uitpakken.


Maar bij die internationale evenementen komt natuurlijk ook kijken dat je infrastructuur moet hebben. En dan zie je een paar weken geleden het bericht rond de Nekkerhal, waar de stad Mechelen beslist om daar toch iets anders mee te doen.


Weg ermee, ja. Beetje gek. Ze hebben daar ongetwijfeld hun redenen voor, maar voor de Belgische eventsector – en bij uitbreiding voor België als land – is dat nefast. Zeker met de ambitie om zich internationaal te positioneren als evenementenland. Ons land heeft nood aan grote, toekomstbestendige venues. Niet alleen om internationale congressen en beurzen aan te trekken, maar ook om onze eigen internationaal gerenommeerde evenementen te kunnen organiseren.


Grote evenementenlocaties, zeker in Brussel als hoofdstad van Europa, zijn er niet te vinden. Dus als je grote congressen of beurzen wil organiseren, moet je al buiten België kijken. En het beperkte aantal grote locaties dat we hebben, moeten we behouden. Vierkante meters die verdwijnen, komen niet meer terug.


Ontbreekt daar iets in het beleid, of mag daar meer aandacht voor zijn in het beleid?


Ja, absoluut. Alles begint natuurlijk met het feit dat evenementen op zich geen beleidsdomein zijn. Zeker op federaal niveau is er niemand die verantwoordelijk is voor evenementen. Evenementen raken aan cultuur, toerisme, sport, economie, en er wordt steeds vanuit die hokjes naar gekeken.


De ambitie is om erkend te worden, niet alleen op het vlak van paritaire comités en statuten, maar ook structureel. We zien een mooie evolutie op lokaal niveau. In de meeste steden en gemeenten heb je vandaag iemand die verantwoordelijk is voor evenementen. Dat was vijf, zes jaar geleden niet het geval. Je hebt evenementencoördinatoren en zelfs schepenen van evenementen. Hopelijk manifesteert zich dat ook op regionaal en nationaal niveau.


Ja, als wij met organisatoren van festivals praten, dan zien we heel vaak dat de grote namen het steeds beter doen en de kleinere festivals het steeds moeilijker beginnen te krijgen. Is dat iets wat jullie in jullie onderzoek ook zien terugkomen?


Ik denk niet dat je daar zo één lijn in kunt trekken. Het is niet per se de grote versus de kleine. Het is wel zo dat sommige evenementen zwaar gesubsidieerd worden, zoals gratis evenementen. Die worden vaak door steden of andere overheden georganiseerd. Dan kan je natuurlijk op vlak van duurzaamheid meer realiseren. Terwijl andere festivals, zoals Tomorrowland, helemaal niet gesubsidieerd worden. Die hebben jaren moeten bouwen tot waar ze vandaag staan.


We zien ook dat de behoefte van bezoekers verandert. De aandachtsspanne neemt af. Twee à drie uur naar een concert kijken wordt moeilijker voor jongeren die opgroeien in een zapcultuur. Het is niet dat alles duurder wordt, maar het contrast met gratis evenementen maakt dat het verschil groot lijkt. Organisatoren moeten rekening houden met strenge wetgeving rond duurzaamheid, veiligheid, innovatie… Dat kost geld. Dat verklaart ticketprijzen van 100 tot 150 euro tegenover 10 euro of gratis.


Die willekeur in subsidiëring maakt het voor de consument moeilijk om te begrijpen waarom het ene evenement gratis is en het andere duur. Bovendien is het niet evident om een rendabel evenement te organiseren. Dat haal je niet per se uit ticketverkoop, maar uit sponsoring, food & beverage. De sector die autonoom kan opereren, moeten we ondersteunen, zodat we niet volledig afhankelijk worden van subsidies. De overheid moet de weg plaveien zodat de sector kan floreren – niet de sector overnemen.


Iets anders wat uit jullie recente onderzoek naar boven kwam, is dat bezoekers veiligheid als primair aspect beginnen te zien. Vanwaar komt dat?


We vroegen aan duizend Belgen: “Wat vind je het allerbelangrijkste als je naar een evenement gaat?” 41% zei veiligheid. Toegankelijkheid kwam op 27%, duurzaamheid slechts op 6%. Die focus op veiligheid is logisch gezien de maatschappelijke context: dalend consumenten- en ondernemersvertrouwen, besparingen, toenemende kosten, angst, twijfel en uitstelgedrag. Het nieuws voedt dat ook. Jongeren groeien op in een wereld waarin angst veel nadrukkelijker aanwezig is. Die veiligheidsdrang is daar een logisch gevolg van.


Maar dat staat in schril contrast met waar de overheid op focust: subsidies voor digitalisering, innovatie, verduurzaming… maar nauwelijks iets voor veiligheid.


Dat is minder sexy, maar eigenlijk een zeer essentieel onderdeel.


Absoluut. En dat is frappant, zeker na de coronacrisis, terreurdreiging, en de huidige geopolitieke situatie. Maar het is ook moeilijk – net zoals mobiliteit. Waar begin je?


Kun je als organisator of als sector iets doen om tegemoet te komen aan die veiligheidsvraag?


Wij proberen de complexe regelgeving te vertalen. We organiseren webinars over bv. drones, fieldtrips, veiligheidsopleidingen. Iedereen op opbouw/afbraak van een evenement moet tegenwoordig een basisveiligheidsattest hebben. Maar dat is niet transparant. Er zijn wachtlijsten, er is onduidelijkheid. Dus organiseren we zelf opleidingen met partners. Dat is niet onze kerntaak, maar er is een duidelijke behoefte. De wetgeving bestaat, maar niemand weet precies wat moet of niet.


Het probleem is ook dat regelgeving lokaal verschilt. Een evenement dat over meerdere zones loopt, moet aan verschillende regels voldoen. Je kan vooraf niet met zekerheid zeggen dat je goedgekeurd wordt, ook al voldoe je aan de criteria. Het blijft grijze zone. Wij vragen geen overregulering, maar helderheid. Wat mag wel, wat niet? Dat is essentieel. Elk evenement is een potentiële crisis. En we willen als ouder geen angst hebben als onze kinderen naar een festival gaan.


Maar hoe krijgen we dan ook die bezoekers overtuigd dat het evenement veilig is? Zit dat dan in communicatie?


Dat gevoel van onveiligheid leeft breder in onze maatschappij. De samenleving voelt zich onveiliger door permanente mediaprikkels. Dat beïnvloedt mentaal welzijn. En daarom zijn evenementen zó belangrijk: ze verbinden mensen. Vandaag moet je naar een evenement gaan om écht mensen te ontmoeten. We moeten dus inspelen op die perceptie van angst – want het is perceptie – en communicatie is daarin cruciaal.


Een belangrijk topic vorig jaar was talent vinden én behouden in de sector. Hoe is dat verhaal geëvolueerd?


2024 was een goed jaar voor de sector. In 2023 kwamen we uit de coronacrisis, 2024 was een piek. Maar nu zien we een knik, al is niet duidelijk welke richting het opgaat. In 2024 werden er veel evenementen georganiseerd. De Belgen gaven aan meer evenementen te willen bezoeken. 78% van de eventprofessionals gaf een personeelstekort aan. De grote uitdaging is voldoende gekwalificeerd personeel vinden, vooral in technische profielen zoals podiumtechniek. Daar zijn er te weinig van.


Doen jullie daar iets aan met het onderwijs?


Ja. We hebben goed contact met hogescholen en geven feedback. Maar het gaat ook over aantallen. Na corona twijfelen ouders of hun kinderen wel een job in deze conjunctuurgevoelige sector moeten ambiëren. Sectoren zoals onderwijs of zorg lijken stabieler. Daarom is het onze taak om de eventsector als arbeidsmarkt aantrekkelijk te maken. Niet alleen door marketing, maar ook door te werken aan duurzame loopbanen en arbeidsvoorwaarden.


Eens je goed personeel hebt, wil je ze niet verliezen wanneer ze kinderen krijgen of ouder worden. Die competenties moeten we bewaren. Want het is een fantastische sector om in te werken. De internationale erkenning die we krijgen, komt voort uit passie en intrinsieke motivatie. Het is geen 9-to-5 job – wij werken als anderen plezier maken.


Dat is ook een beetje een generatieconflict.


Ja, maar daar zijn we mee bezig. We moeten als sector een reputatie krijgen zoals de farmasector of chemie: daar weet men dat er goed verdiend wordt. Die perceptie hebben wij niet. Maar we mogen trots zijn. We zijn als sector uit het niets geboren. Vijftien jaar geleden kon je nog geen eventmanagement studeren. Nu zijn we een onafhankelijke sector geworden, niet langer het broertje van communicatie.


We zijn een aparte sector geworden, en dat merken we ook op juridisch vlak: met aparte statuten en aparte classificaties. En dat is waar we met Event Confederation ook naartoe geëvolueerd zijn als organisatie.


Dat brengt ons naadloos bij hoe die organisatie zich ook aan het ontwikkelen is. Ik denk dat ik het gisteren in de nieuwsbrief van BESA heb gelezen: dat zij… hoe moet ik dat zeggen… ophouden te bestaan of opgaan in Event Confederation. Hoe zit dat verhaal in elkaar?


Event Confederation is tijdens de coronacrisis opgericht op vraag van de overheid. Die zei: “Stop met allemaal apart naar ons te komen. Verenig jullie en spreek met één stem.” Destijds zaten we vooral in crisismodus, maar de voorbije twee jaar hebben we kunnen nadenken: hoe kunnen we onze sector verder professionaliseren?


We hebben in België verschillende federaties. Tot 1 januari van dit jaar kon je enkel als federatie lid zijn van Event Confederation. Maar zelfs als álle federaties lid zouden zijn, dekken we nog niet alle eventprofessionals – want niet iedereen valt onder een bestaande federatie, zeker niet in alle regio’s. Dus om een sterke sector te zijn, moeten we weten: wie zijn we? Wie hoort bij onze community? Daarom kan je sinds 1 januari ook rechtstreeks lid worden als organisatie, freelancer of professional – zowel uit de profitsector als de non-profit. De meeste festivals zijn trouwens vzw’s.


De eventsector bestaat niet alleen uit profit en non-profit, maar ook uit de publieke sector – denk aan steden en gemeenten die zelf evenementen organiseren. Dus als wij zeggen dat wij de stem van de eventsector zijn, dan betekent dat: van de hele sector. Profit, non-profit, publiek. Freelancers én grote organisaties. Organisatoren én toeleveranciers. Het zijn die belangen die we nu ook individueel vertegenwoordigen via lidmaatschap.


BESA, FEBELUX en ACC Belgium waren de founding federations tijdens de coronacrisis. Zij erkennen dat we nog sterker moeten integreren. Sinds 1 januari zijn we operationeel geïntegreerd. De merknamen bleven nog even naast elkaar bestaan, maar vanaf 1 juli gaan BESA en FEBELUX stilaan in slaapstand. Ze zullen geen actieve werking meer hebben.


ACC Belgium, dat is natuurlijk een ander verhaal?


Ja, dat is de federatie die oorspronkelijk werd opgericht voor alle communicatiebureaus, waaronder ook event agencies. De event agencies vormen nu een expertcenter binnen ACC, en dat center valt voortaan onder Event Confederation. ACC blijft verder bestaan voor de bredere communicatiebureaus.


Wij werken nu met clusters: cluster event agencies, cluster congressen & beurzen, publieke events, toeleveranciers (technical én non-technical zoals meubilair en planten), venues, crew… En we zijn nu met BEKAS (de cateringfederatie) bezig met de opstart van de cluster catering. Dan heb je echt iedereen mee. De dagelijkse teams van ACC Belgium, FEBELUX en BESA vormen nu samen ons team.


Vanop afstand is dat wel mooi om te zien. Want ik weet nog, voor de coronacrisis, als je het idee zou opperen om naar één federatie te gaan… weinig mensen zouden dat geloofd hebben.


Klopt. En nu zijn we daar. En dat is wat onze sector nodig heeft. Het is net op tijd. En: never waste a good crisis. Niemand in de sector wil ooit terug naar een periode zoals tijdens corona. Maar nu zijn we georganiseerd, kunnen we snel schakelen. We zijn echt het aanspreekpunt – voor leden, professionals, pers, media, beleidsmakers.


Het is mijn taak – en die van mijn team – om onze belangen te verdedigen bij alle stakeholders, ook bij kennisinstellingen. We hebben veel ballonnetjes in de lucht, maar dat is ook het mooie eraan. Er moet nog veel uitgevonden worden. Het is enorm dankbaar werk voor deze sector.


Toen ik de rol opnam, bijna twee jaar geleden, had ik daar wat schrik voor. Ik kom zelf niet uit de sector, maar uit de onderzoekswereld. We deden wetenschappelijk onderzoek vóór en óver de sector. Dus ik kende de sector wel, maar had zelf nog nooit een evenement georganiseerd. Maar dat is ook niet mijn taak. Net dat maakt ons team onafhankelijk, strategisch en met een overkoepelende visie.


Want wat we geleerd hebben: if you want to go far, go together. Individualisme is niet goed voor de sector – en dus ook niet voor je eigen organisatie. Ik ben blij dat ik niet meer elke dag hoef uit te leggen waarom lid worden van Event Confederation belangrijk is. Het gaat niet alleen over korte termijnwinst, maar over lange termijnvisie. En zo kunnen we die volgende stap zetten die onze sector nodig heeft.


We willen niet meer prutsen in de marge. We horen nu bij the big boys.


Dat is mooi. Hoe zie jij nu de toekomst?


Ik ben echt hoopvol. Er zullen altijd periodes zijn die spannend zijn. De economie heeft nu eenmaal cycli – dat is voorspelbaar. En wij zijn een early cyclical sector, net zoals marketing en communicatie. Daar wordt als eerste op bespaard. Dat moeten we weten. Maar we mogen dan niet in paniek schieten als er annuleringen of uitstelgedrag is. We moeten gewoon onze scope uitbreiden, ons netwerk vergroten, regio’s uitbreiden, durven uit onze comfortzone stappen en op dat gaspedaal blijven drukken.


En als bijlage: misschien wat minder bescheiden zijn, zoals we daarnet zeiden.


Vooral dat. Absoluut.


Oké Christine, dank je wel voor je komst alweer naar de studio.


Met heel veel plezier.


En u, beste kijker, bedankt voor het kijken en tot volgende week.

Advertenties