Comments

Meld je hier aan om te reageren 





Transcript

Welkom bij eventplanner.TV. Kan iedereen zelf dagvoorzitter spelen? Ik stel de vraag aan de ervaren dagvoorzitter Jan-Jaap In der Maur.  

 

Dag Jan-Jaap. Welkom in onze studio.

 

Hi!

 

We gaan het vandaag hebben over zelf dagvoorzitter spelen. Ik noem het dan spelen, dat klinkt misschien een beetje oneerbiedig. Kan iedereen het effectief?

 

Of iedereen het kan, kun je je afvragen, maar ik denk dat heel veel meer mensen het kunnen dan dat de dagvoorzitters denken. Want de meeste dagvoorzitters zijn geneigd te denken dat alleen zij het kunnen en dat iedereen verder van hun baan moet afblijven.

 

Ze voeren het aan als sales argument.

 

Ja, weet je, maar dat is niet zo. In Nederland heb je de gemeente Rotterdam, die twee jaar geleden besloten hebben dat het niet anders kan zijn dan dat er op 11.000 ambtenaren een paar mensen zijn die goed een gesprek kunnen leiden. En dat is natuurlijk zo.

 

Maar wat zijn dan de eigenschappen die zo iemand nodig heeft?

 

Goed kunnen luisteren, is een vrij voor de hand liggende (eigenschap); zonder dat mensen zich uitspreken, kunnen voelen wat er leeft in een zaal, aan blikken, aan lichaamshoudingen en dat soort dingen; en heel goed na kunnen denken over wat is het doel van een bijeenkomst. Een dagvoorzitter is degene die, op het moment dat de bijeenkomst begint, weet wat het einddoel is en de hele dag door in zijn hoofd beslissing maakt over: neem ik dit zijpad wel, of is het niet interessant? Draagt dit bij aan wat we willen? En als je dat kunt, dan heb je een soort basis dat je een goede gespreksleider kunt zijn.

 

Maar moet je dan als persoon ook iets over het topic zelf weten?

 

Soms wel, soms niet. Even bij die gemeente Rotterdam blijvend, soms is het een voordeel dat een ambtenaar weet wat er speelt in een gemeente, dat een ambtenaar weet hoe zijn collega’s in elkaar zitten, waar ze mee bezig zijn. Maar op andere momenten kan het juist een nadeel zijn dat je te veel weet. Voorbeeld. Een collega van me die heeft laatst een bijeenkomst gedaan over agressie bij jongeren. Zitten er in de zaal mensen die allemaal iets weten, wetenschappers, (dan) moet je ook wat weten over het onderwerp. In dit geval zaten er alleen maar schooljuffen in de zaal, dan is het dus handig dat jij ook weinig weet, want dan kun je op hun niveau naar de sprekers luisteren. Die afweging, die moet iedere dagvoorzitter voor zichzelf steeds maken.

 

En hoe weet je van jezelf van ik kan dit niet?

 

Ik denk dat, tenzij je een hele dikke plank voor je hoofd hebt, dat als je een keer het podium opgegaan bent, en het gedaan hebt, dat je het dan wel voelt. Als je daar staat met een constant gevoel van paniek, dat je niet weet welke kant het op moet, dat je naar die zaal kijkt en dat je denkt ‘ Oh, mijn hemel, al die starende blikken’, dat als je een vraag stelt aan die zaal, en het blijft stil, dat het zweet je uitbreekt, weet je, dat zijn dingen...

 

Dat is natuurlijk iets dat je wilt voorkomen dus, dat je beter op voorhand bij jezelf al kan aanvoelen van dit wordt niks.

 

Nee, dat klopt. En ik denk dat heel veel mensen, als ze eerlijk zijn tegen zichzelf, dat ze dat ook wel voelen. Tegelijkertijd zijn er ook mensen die zichzelf kunnen verbazen. Die, als ze een training doen, opeens merken van hé, ik kan toch meer dan ik dacht. Het is toch een kwestie om het lef (te) hebben om het eens te proberen en te kijken wat er gebeurt. En dan te voelen of je je prettig voelt. Ik ben ooit min of meer door iemand gedwongen om het podium op te gaan toen ik nog geen dagvoorzitter was...  

 

Ja, want hoe ben jij begonnen?

 

Ja... Ik was ooit regisseur van bedrijfsfilms. En de producent waar ik films voor maakte, die organiseerde ook bijeenkomsten. Die zochten een dagvoorzitter voor een bepaalde bijeenkomst. Die vroegen mij. Ik heb nee gezegd, want dat leek mij afschuwelijk en ik dacht dat ik het helemaal niet kon. En zij heeft volgehouden en mij onder lichte druk het podium opgeduwd, ook met de mededeling: jongen, als het niks wordt, dan heb ik ruzie met mijn opdrachtgever en jij hebt gewoon een geinige dag gehad. En toen heb ik gedacht: ach, waarom niet? En ik ben dat podium opgegaan en vanaf de eerste seconde voelde ik mij daar zo ontzettend thuis , en maakte ik allerlei beginnersfouten en et cetera, maar ik voelde wel dat ik me daar thuis voelde en dat het lekker ging en dat ik een soort basis had. En toen ben ik gaan groeien en ben ik gaan leren. Dagvoorzitter is ook een ervaringsvak.

 

Nu, sinds kort geef jij ook trainingen in dagvoorzitterschap...Wat houdt zo’n training dan precies in?

 

Ja. Ik geef hem op verschillende niveaus, maar de belangrijkste is een tweedaagse training leren modereren. Dat doe ik samen met mijn collega Kim Coppes, ook een zeer ervaren dagvoorzitster, en wat zo’n training inhoudt, is dat we alle basisfacetten van het vak, in twee dagen tijd, met een kleine groep – twaalf mensen maximaal – twee trainers, dus heel intensief, oefenen, oefenen, oefenen. Want wat ik net al zei, het is een ervaringsvak. Dus het beste dat je kunt doen voor mensen is ze twee dagen lang constant laten proberen, proberen, proberen, tegen muren aan laten lopen.

 

Het is dan ook gewoonlijk een veilige omgeving om even te voelen of je het in je hebt. Veel veiliger dan op een congres waar duizend man naar je zit te kijken.

 

Ja, dat klopt. En wat we doen is net als ik net zei: de basisfacetten, interviewen, panel leiden, ook een deel event architecture, nadenken over hoe zit de opbouw van een programma in elkaar, op welke momenten geef ik gas en op welke momenten hou ik in, op welke momenten ondervraag ik heel scherp en op welke momenten geef ik ruimte aan mensen om te filosoferen. Met dat soort dingen zijn we bezig en verder gewoon hele platte oefeningen in de zin van... dan sturen we iemand de gang op, die mag dan daarna even modereren, en dan zeggen we tegen de zaal: wat ie ook zegt, geen reactie. Jullie hebben gewoon geen zin. Nou en dan komt ie terug, dan begint ie met zo’n zaal en dan blijft het stil.

 

Dat zijn natuurlijk de heel moeilijke dingen om mee om te gaan. Hetzelfde als je op een gegeven moment zegt van ja, zijn er vragen van het publiek en er komt dan niks...

 

Ja. Er zijn geen vragen. Nou, daar zijn hele simpele trucs voor en daar gaan we mee bezig (zijn) met mensen.

 

Kun je zo eens een truc verklappen?

 

Ik verklap er gewoon een paar, weet je. Als je... Een basisfout bij veel moderatoren: er is een spreker en het enige wat ze doen is ademloos naar de spreker kijken. Dat is dom, want tijdens de spreekbeurt geeft de zaal jou signalen waar je op aan kunt raken. Dus kijk regelmatig naar de zaal. Kijk naar: waar lachen mensen om, wanneer gaan ze roezemoezen, zit er iemand heftig nee te schudden, of aantekeningen te maken? Dat zijn allemaal dingen die je kunt gebruiken op het moment dat er niet meteen vragen komen. Want dan kun je op iemand afstappen: ik zag u heftig dingen noteren. Wat is het belangrijkste dat u heeft opgeschreven? Dan kun je tegen een zaal zeggen: ik merkte dat u vooral heel erg geïnteresseerd was in dat en dat deel van het verhaal. Waarom is dat? En dan goed kijken naar ogen. En dan is er altijd wel iemand die laat zien dat hij wat wil zeggen. Dan ben je dus al bezig met...  

 

Maar dan moet je toch al enige ervaringen hebben, want ik kan me voorstellen dat als je dat de allereerste keer doet, dat je daar inderdaad wel zit van ik moet bij die spreker blijven om goed inhoudelijk te volgen en als je dan nog al die andere dingen tegelijkertijd moet doen...

 

Ja, dat is dus... Daarom doen we dat wel in zo’n training. Want het is wel wat je redt. Het feit dat je meteen durft om wel te luisteren naar de spreker, maar niet constant te kijken, dat brengt je meteen een stap verder. En verder zijn er simpele trucs als dingen in stemming brengen, weet je. Op het moment dat er geen vragen zijn, en je stelt een vraag aan de zaal met handopsteken, en je vraagt of mensen ergens voor zijn, nou dan zitten er een paar mensen met de hand in de lucht. En stap maar af op iemand met een hand in de lucht.

 

En dan denkt die van O nee, niet mij...

 

Maar dan heb je dus wel een gesprek. Weet je, zo zijn daar simpele trucs. Zo oefenen we ook met agressie vanuit de zaal.

 

Agressie vanuit de zaal?  

 

Ja.

 

Heb je dat al meegemaakt?

 

Ja, ik heb het meegemaakt: doodverwensingen. Letterlijk. Echt mensen die vonden dat de spreker voor de zaal niet het recht had om te leven.

 

Oei, dat is heftig.

 

Ja, dat is heel heftig. En dan zul je zeggen: hoe vaak gaat dat je overkomen? Als je nog steeds refereert naar de gemeente Rotterdam waar je intern een gesprek met vijftig ambtenaren leidt, dan is de kans niet heel groot dat ze elkaar... Maar door te oefenen met de extremen kun je de rustige situaties ook aan. Alles wat geldt in de extreme omstandigheden, geldt net zo goed in de rustige omstandigheden. Het feit dat je in zo’n heftige discussie je je lijf heel bewust moet inzetten. Dat als iemand roept vanuit het publiek, je naar hem toeloopt, dat je duidelijk wijst wie het woord heeft, want anders gaan mensen door elkaar heen schreeuwen, dat, als je vindt dat iemand een beetje klaar moet zijn, je langzaam bij hem gaat weglopen, toeloopt naar de spreker, dat je de vraag altijd vertaalt. Iemand heeft met heel veel vloeken en tieren enzovoorts iets gezegd, dat je niet de inhoud van zijn vraag wegneemt – hij moet net zo scherp blijven – maar wel al het vloeken en tieren er tussenuit haalt. Daardoor bescherm je de spreker. Maar je geeft wel het respect aan degene in de zaal door zijn vraag wel te stellen. Door fysiek letterlijk een buffer te worden, kun je dat tot rust brengen.

 

Dan ga ik fysiek wat verder van jou zitten, want we zitten aan het einde van het interview. Super bedankt voor je komst naar de studio.

 

Graag gedaan.

 

En u, beste kijker, bedankt voor het kijken, en alweer tot volgende week.

Nieuwsbrief


Ontdek de nieuwsbrief
Advertenties